Armoede de wereld uit.
Informatieavond 10 december 2007
Henk Kroes fietste een jaar geleden met 14 andere enthousiastelingen van Bolsward naar Ghana om zo sponsorgeld bijeen te brengen voor projecten.
Hij nam het boek "Een dollar per dag" van Chris van der Heijden mee. Het boek gaat over armoede en over de (on)zin van ontwikkelingssamenwerking.
De schrijver toont zich hierover kritisch. Kroes zag in diverse landen de afhankelijkheid van Westerse donors en vroeg zich af hoe je mensen in deze armoedige omstandigheden echt kunt helpen.
Maar is het nu werkelijk zo slecht gesteld met Ontwikkelingssamenwerking?
En op welke manier kunnen we armoede bestrijden? Over deze vragen gingen dhr. Kroes en dhr van der Heijden samen met drie mensen uit het Friese veld, die nauw betrokken zijn bij kleinschalige projecten, in debat olv. Sippy Tichelaar.
Lees hieronder de inleiding van dhr Kroes:
Beste mensen,
Vorig jaar heb ik samen met nog 13 fietsers en 4 begeleiders een fietstocht van hier naar Accra in Ghana gemaakt. Eerder ben ik van Vladivostok naar Scheveningen gefietst, waarbij heel Siberië werd doorkruist. Een bijzondere manier om kennis te maken met een continent. Ik zeg bewust kennis maken met en niet leren kennen, want daar heb je heel wat meer tijd voor nodig.
Op mijn reis door Afrika had mijn oudste zoon het boek van Chris van der Heijden "Een dollar per dag" in mijn tas gestopt: "Dat moet je onderweg lezen". Dat lukte echter niet, het was te confronterend. Het kwam te dicht bij. Het zijn niet de cijfers en de feiten die het doen. Het is het verhaal wat in de inleiding en het besluit van het boek naar voren komt. De machteloosheid en de twijfel waar je onderweg voordurend tegen aan loopt.
In een van onze kampementen, aan de rand van een klein meertje in Siberië, ontmoetten we een wat oudere man. Hij en zijn vrouw hadden in een kolchoz gewerkt. Na de val van het communisme was de kolchoz opgeheven en stonden ze beide zonder enige voorziening van de ene dag op de andere op straat. Ze moesten zich maar zien te redden. Zij waren dan ook helemaal niet blij met de politieke ommekeer. Hij verlangde terug naar het oude systeem. Na dit verhaal haalde de man zijn accordeon en zijn vrouw van huis en zong voor ons een aantal Russische ballades. Het werd heel gezellig in het kamp. Als dank ging iemand van ons met de pet rond. Zijn verhaal had een ieder van ons aangesproken. 's Nachts kwam hij luid zingend terug in het kamp. Zijn eerste investering was een fles wodka geweest. Daar hadden wij het niet voor bedoeld, maar misschien is dit zijn manier om even gelukkig te zijn.
In Mali, waar we aan de rand van de weg, midden in de savanne onze tenten hadden opgezet, kwam ineens een hele familie op een ezelskar ons kampement binnenrijden. Op de kar lag een doodzieke jongen helemaal bedekt met zweren. Zij smeekten om hulp, maar wij konden niets bieden. Sterker nog we hebben ze zo snel mogelijk weggestuurd bang dat we waren zelf besmet te raken. Maar op dat moment voel je je dood en doodongelukkig. Dat gevoel kwam later versterkt terug toen ik door de gangen van het Academisch Ziekenhuis in Groningen liep. Wat een weelde in vergelijking met de uitzichtloosheid van de jongen op de ezelskar in Mali.
Ik wil nog een ander voorbeeld noemen. In Nkoranza, midden Ghana, hebben we onze tenten opgezet op het terrein van de Hand in Hand Community, waar geestelijk en meervoudig gehandicapten worden opgevangen. Het centrum is opgezet door Ineke Bosman, een Nederlands arts die al jaren in dat gebied actief is. Ons werd verteld dat in Afrika en later begreep ik ook elders in de wereld, het geloof bestaat dat een gehandicapt kind de vrucht is van de verkrachting van een vrouw door een watergeest. Traditioneel worden deze kinderen bij een rivier achtergelaten. 's Nachts komen de geesten boven water en nemen de kinderen mee ‘naar huis' en daarmee is een oplossing voor het probleem geschapen.
Vanuit de westerse samenleving aanvaarden wij een dergelijke oplossing niet. Wij willen ook deze kinderen een menswaardig bestaan bieden. Maar als je eenmaal die zorg op je hebt genomen moet je dat ook voortzetten. Maar wie neemt het over als Ineke Bosman er niet meer is en de samenleving ter plaatse er nog niet aan toe is om het voort te zetten. Kortgeleden hoorde ik op de radio een discussie over een identiek probleem in Zuid-Amerika, waar een zendelinge de plaatselijke moraal op dit gebied als verwerpelijk aan de kaak stelde.
Er worden met name in Afrika heel veel projecten uitgevoerd. Zowel door de grote NGO's als kleiner, veelal idealistische, zeer betrokken groeperingen. Ook wij hebben daar met onze fietstocht aan mee gedaan. Kleine organisaties gaan er prat op dat er niets aan de strijkstok blijft hangen en alles rechtstreeks naar het goede doel gaat, maar zijn ze dan ook in staat om dat doel te controleren en trouwens wat moeten we en wat willen we controleren? Dat het besteed wordt volgens onze inzichten, volgens onze normen en waarden? Of willen we hen behoeden voor fouten die we zelf veelvuldig hebben gemaakt? Maar je leert het beste van je eigen fouten. We moeten wel alles doen om hen niet afhankelijk van ons te maken.
Na mijn fietstochten door Siberië, de tocht naar Roemenië en met name de laatste tocht door Afrika, ben ik met veel meer vragen dan antwoorden thuis gekomen. Dat is voor mij het aantrekkelijke van het boek van Chris van der Heijden. Hij beschrijft de problemen, maar worstelt ook heel erg met de oplossingen. Ook hij heeft geen kant en klaar voorstel. Dat is ook niet de bedoeling van deze avond. Voor mij is belangrijk dat verschillende ideeën en ervaringen worden uitgewisseld.
In Siberië kregen we de vraag wat die fiets van ons kostte. De eerste keer antwoordden we eerlijk € 1500. Dat zeg je dan tegen iemand die een redelijke baan heeft en € 20 in de maand verdient. We hebben toen maar afgesproken dat we een volgende keer € 150 zouden zeggen. Dan kom je een beetje in verhouding. In de Westelijke Sahara bij Dakla ontmoetten we Frank van Rijn, wereld fietser. Frank heeft alle warme streken in de wereld op de fiets doorkruist. Hij is vier dagen met ons opgetrokken in de volgens hem meest troosteloze woestijn die hij ooit had bezocht. Een van zijn uitspraken was: "Eigenlijk zou ik alleen nog maar willen fietsen in die landen waar ik arm ben en waar de mensen medelijden met mij hebben". Maar dan blijkt de wereld niet zo groot te zijn.
Boazum 10 december 2007
Henk Kroes










