Inleiding Sylvia Borren

Armoede stinkt, sluipt en moordt 

Speech van Sylvia Borren, op 17 oktober 2007.
Bij de grootste uitvoering van het Poverty Requiem tot nu toe, in Heerenveen, Friesland, Nederland.  

Armoede is afschuwelijk. Hoe is de Poverty Requiem begonnen? Toen ik begin vorig jaar het zinnetje schreef: ‘ Armoede stinkt, sluipt en moordt’. Te emotioneel voor een bedrijfsplan, maar daardoor ging ik nadenken over verdringing. We verdringen het lijden van de ander, we willen het niet weten. We willen het niet zien. Omdat het niet aan te zien is. Het is letterlijk mensonterend. Het stoort ons. Het irriteert ons. We willen armoede niet zien, niet horen, niet ruiken, niet voelen..... Ik zei tegen mijn muzikale vriend Peter Maissan na een ‘scratch’ uitvoering van de Mattheus Passion ‘daar ga ik een armoede text op maken’. Hij schold me uit als cultuur barbaar – en zei toen: “Als je dat wilt, dan moeten wij een Requiem schrijven. Een requiem voor de armoede. Afscheid van armoede.’Na vijf-en-twintig jaar  samen ‘liedjes bakken’ gaf Peter Maissan hiermee ons samen een idee – en een enorme uitdaging. Ik weet nu nog niet hoeveel burgers in de hele wereld vandaag opstaan en zich uitspreken tegen armoede. Vorig jaar op deze dag waren het er 23.5 miljoen. Ik heb nu al gehoord dat er in Azie 65000 evenementen waren. In Pakistan alleen al werden 2 miljoen deelnemers geteld! Onze leiders hebben in het jaar 2000 beloofd de armoede te halveren, in 2015. Dat is niet genoeg. Wij willen helemaal geen armoede meer, geen onnodig sterven, geen geweld tegen kinderen en vrouwen. Wij willen onderwijs en gezondheidszorg, een leefbaar inkomen en rechten voor iedereen. Dat kan ook. Zoals er een generatie was die slavernij grotendeels heeft afgeschaft, zo kunnen wij de generatie zijn die armoede afschaft.  De millennium doelen zijn ons door de politieke leiders van alle landen in de wereld beloofd. Het is nu 2007. Er is wel wat vooruitgang maar lang niet genoeg. Wij spreken en zingen vandaag tegen alle leiders en ook met burgers in de hele wereld. Heren, dames, vrouwen, mannen, kinderen:Weg met armoede, het is onmenselijk.Politieke leiders los dit op, samen met ons en met het bedrijfsleven. Jullie plegen nu niet alleen contractbreuk met ons, de burgers van de wereld – maar ook met je eigen geweten, met je eigen menselijkheid. Belofte maakt schuld.Keep your promises.Cumplan sus promesasSizzen is neat, mar dwaan is een ding Ik zal nu de vijf onderdelen van de Poverty Requiem beschrijven. 

1. BORN TO SUFFER? 
Waarom zijn we geboren. Om te lijden? De eerst zin ‘IS LIFE FLYING?’ stelt een gewetens vraag aan ieder van ons.  Voor één derde van de wereld bevolking, 2 miljard mensen, waarvan meer dan 70% vrouwen is het antwoord dat de strijd om te overleven weinig ruimte of tijd overlaat voor vliegen. Maar wel om te dromen. Keer op keer ben ik in de afgelopen dertien jaar vanuit Oxfam Novib met vrouwen in gesprek geweest in afgelegen gebieden, in sloppenwijken – en altijd weer hoorde ik hun droom: dat hun kinderen het beter zouden hebben, dat ze naar school zouden gaan, dat ze gezond zouden blijven, met een baan, een inkomen, en een gelukkig gezinsleven. We zijn zo gewend geraakt aan cijfers. Een op de vijf mensen in de wereld moeten leven van minder dan een dollar per dag. Dat zijn 1.2 miljard mensen, die geen veilig drinkwater hebben. Ruim tien miljoen kinderen sterven jaarlijks voor hun vijfde levensjaar, aan honger, dorst, diarree, malaria, HIV-Aids, dus ongeveer één per drie seconden. Een half miljoen vrouwen sterven per jaar gedurende zwangerschap en vooral bij het baren van hun kind, dat is dus ongeveer één per minuut.Tachtig miljoen kinderen gaat niet naar school, maar werken dag in dag uit. Bijna veertig miljoen mensen in de wereld zijn besmet met HIV-Aids, vorig jaar stierven er daarvan meer dan drie miljoen – ja, ook kinderen. Deze aantallen worden één, twee, drie, veel. Ze kunnen ons niet meer bereiken. We zien, horen, ruiken, voelen niet meer wat het betekent om zo arm te zijn. Zo arm dat je geen eten hebt voor je kind. Om zo arm te zijn dat je gras eet. Dat je je zwakke baby ten einde raad maar stervende achter laat om te zorgen voor je iets sterkere peuter. Om zo arm te zijn dat je je dochter of zoontje verkoopt – aan zo genaamd goed bedoelende mensen die je kind doorverkopen als huisslaafje, als jong hoertje, voor illegale werkplaatsen of fabriekjes....Ik heb het allemaal wél gezien, gehoord, geroken en gevoeld. En ik voelde en voel me zo machteloos – en zo verschrikkelijk boos.  

2. IMPLOSION 
Het tweede deel van het Poverty Requiem gaat over spanning en destructie – en is het moeilijkste deel. Hoe is het mogelijk dat mensen elkaar zo kunnen haten dat ze gaan moorden, verkrachten, vernietigen? Dit deel gaat over hoe we tegen elkaar uitgespeeld worden door onze leiders, maar ook over wat we daar zelf in doen. Verdeel en heers …..Het is altijd gemakkelijker om vertrouwen te breken dan om het te bouwen, tussen mensen, tussen organisaties, tussen landen...in onszelf. Waarom is dat?   We zijn in competitie met elkaar. Als kinderen voor de aandacht en waardering van onze ouders. Op school, in de sport, in cultuur, in opleidingen, in het werk. Competitie wordt op dit moment wereldwijd veel meer aangemoedigd dan samenwerken, het bouwen van verbindingen, van gemeenschap. Democratie begint dan te vervallen tot een competitief media debat van ministers en kamerleden, waar we naar kijken alsof we Idols volgen, of ‘Dancing with the stars’.  Maar democratie gaat eigenlijk over de vraag: in wat voor soort gemeenschap wil ik leven? In wat voor soort Nederland, in wat voor soort Europa, in wat voor soort wereld? Dit is een vraag die gaat over waarden. Zeven jaar geleden begonnen partners van Oxfam Novib in Porto Allegre in Brazilië met het Wereld Sociaal Forum. Een jaarlijkse bijeenkomst die uitgroeide tot 100.000 deelnemers onder de noemer ‘Een andere wereld is mogelijk’. Het werd een tegenkracht voor het Wereld Economisch Forum in Davos waar economische en politieke leiders elkaar jaarlijks informeel ontmoeten en deals maken over onze toekomst, als burgers, zonder dat wij daarbij betrokken zijn. In wat voor soort wereld wil ik leven? Een wereld waarin iedere baby die geboren wordt recht heeft op een veilige familie, een gemeenschap, een samenleving, en een wereld gemeenschap die zegt: wat fantastisch dat je hier bent. Met jouw talenten, jouw energie, jouw liefde....maak er wat moois van, wij zullen je zo veel mogelijk steunen. Dat is samen leven, dat is de basis van democratie.Maar hoeveel kinderen voelen zich niet te vaak in hun jonge leven ongewenst, bekritiseerd, verwaarloosd, mishandeld? Ik wel. Ik ken de pijn van afwijzing, en van eenzaamheid. Hoeveel interesse, steun, solidariteit kregen wij als kind – en nu, als volwassene? Hoeveel kunnen wij bieden aan anderen? Verdeel en heers. Het is het ergste als wij ons niet geaccepteerd voelen in onze identiteit. Als we de boodschap krijgen dat we niet goed zijn zoals we zijn. Niet mee mogen doen – omdat je maar een meisje bent. Of omdat je een ‘andere’ huidskleur hebt. Of een ander geloof. Omdat je een andere taal spreekt, uit een ander land komt, omdat je over andere kwaliteiten beschikt dan die ‘gewoon’ gevonden worden. Omdat je (zoals ik) lesbisch of homoseksueel bent. Niet mee kunnen of mogen doen omdat je arm bent. Het stuk ‘Implosion’ gaat over hoe we ons tegen elkaar laten uitspelen, tegen elkaar laten opzetten. En hoe dit leidt tot onderlinge agressie, inderdaad tot verkrachting en moord en destructie waar iedereen zich later voor schaamt. Een implosie die iedereen beschadigt. Dader en slachtoffer, allebei. Wij allemaal zijn het allebei. Dit is het vraagstuk in de wereld vandaag. Er speelt een keiharde competitie over wie meer geld heeft dan wie. Het is een competitie letterlijk op leven en dood. Wie heeft een levensverwachting van vijf en tachtig- en wie van dertig jaar? De spelregels zijn diep oneerlijk. Vrouwen bv. doen het meeste werk, verdienen (ook in Nederland) minder dan mannen, en hebben maar 1% van het bezit in de wereld.  En het verschil tussen rijke en arme mensen, en tussen rijke en arme landen wordt over het algemeen steeds groter, niet kleiner. Omdat wij, de rijke landen, vals spelen. De regering van Zambia, om maar een voorbeeld te noemen betaalde vorig jaar 377 miljoen euro schulden aan de Verenigde Staten, 25 miljoen meer dan ze aan onderwijs in eigen land konden uitgeven..Voor elke euro die de deur uit gaat voor ontwikkelingshulp, verdienen we er tien terug in oneerlijke handel. En besteden we er ruim twintig, zo niet meer aan wapenproductie- en handel. De oorlogen worden uitgevochten om olie en diamanten, en om leiderschap. Om corrupt leiderschap, waar leiders uit zijn op hun eigen macht en rijkdom Het is vanwege deze competitie dat we als burgers aangemoedigd worden om elkaar te wantrouwen, in het ergste geval te haten. De film ‘As it was in heaven’ waar we straks een stukje van zullen zien gaat over muziek, en over het bouwen van gemeenschap door samen te zingen, en door steeds opener en eerlijker met elkaar om te gaan. Het gaat over acceptatie van elkaar, ongeacht identiteit. Maar daartoe moet (ook in de film) agressie en geweld overwonnen worden.   

3. MOURNING 
Het derde deel van het Poverty Requiem gaat over rouw. Rouw om een kind, of een partner die dood ging. Rouw om de hardheid van het leven. In mijn gesprekken met vrouwen in ontwikkelingslanden vraag ik altijd hoeveel kinderen zij hebben gebaard – en hoeveel er nog leven. ‘Ik heb elf kinderen gebaard. Er leven er nog zes’ zegt de vrouw tegenover me. Haar ogen schieten vol. De mijne ook. Soms vindt zo’n gesprek plaats na een aardbeving of een Tsunami, of een droogte. Maar meestal is er niks bijzonders aan de hand. Vijf van de elf kinderen gingen dood aan onvoldoende eten, vuil water, malaria of HIV-Aids. Gewoon, zoals het gaat. Vanochtend waren we op de Molenwiek basisschool in Haarlem die een computer chat verbinding hadden met een school in Kenia. Hoeveel wezen zijn er bij jullie op school vroegen de kinderen in Kenia? Geen een. Daar was het aantal driehonderd...van de negenhonderd kinderen!! Er komt een soort berusting tot uiting in dit deel van het Poverty Requiem: wat kan ik er nou aan doen? In het kinderliedje op het einde wordt leven en dood een luguber soort spelletje: als je aangetikt wordt ben je dood. ‘ Wees snel, zo blijf je leven. Snij af, en overleef...’ zingen de kinderen.Maar hier komt ook de eerste oproep tot verandering tot uiting in dit derde deel. Laten we veranderen, naar elkaar gaan luisteren, laten we ophouden met de cyclus van schuld en schaamte en wraak. De grootste oproep van dit onderdeel is: Zorg voor elkaar in het leven, en eer de dood. Weet elkaar te vergeven. Die oproep geldt voor iedereen, overal. Kun je naar elkaar luisteren, voor elkaar zorgen, elkaar vergeven? Binnen je relatie, binnen je familie, binnen je dorp, je stad, binnen je land, in onze wereld? Kun je persoonlijk de route afleggen van slachtoffer naar overlever – en kun je dan transformeren, actor worden in plaats van slachtoffer en/ofdader in je eigen leven, in je eigen gemeenschap?Kunnen we de herhalende cyclus van geweld en rouw transformeren in onszelf, in onze families en omgeving? Willen we en kunnen we toewerken naar een wereld waarin ieder kind met open armen ontvangen wordt? Ik wil nu mijn speech onderbreken voor ‘ Gabriella’s song’  uit de film ‘As it was in heaven’.  Voor mensen die de film niet kennen: Gabriella wordt zwaar mishandeld door haar man. In het koor en geholpen door de dirigent vindt zij haar stem. Hij schrijft een speciaal lied voor haar, maar eerst durft zij niet. Pas als zij de woede uitbarsting ziet van een dikke man in het koor, die zijn hele leven gepest is, en die voor het eerst voor zichzelf opkomt…. dan pas heeft zij de moed om haar angst te overwinnen en dit te zingen voor haar eigen gemeenschap. Je ziet haar man woedend naar haar kijken vanuit de zijkant. Zij zingt dit lied voor ieder van ons. Laten we kijken en luisteren.  (vijf minuten film) Ik heb ‘Gabriella’s song nu al heel wat keren gehoord – en ik sta er weer van te trillen. 

4. SO WHAT 
Het vierde deel van het Poverty Requiem gaat om de vele manieren die we vinden om onze pijn te vergeten. Het begint weer met een kinderliedje: als ik naar je wijs moet je werken, of dansen voor je leven. Dat gaat over in het volwassene lied: wat heeft het voor zin om je hele leven te werken, te drinken .... wat heeft het leven überhaupt voor zin?Verschillende verslavingen komen langs: kort samengevat: seks, drugs, and rock&roll. (Ik ontmoette laatst een wat oudere kalende dikke professor uit Engeland die een T-shirt aanhad waarop stond ‘Sex, drugs and sausage rolls’.....maar dit terzijde) Dit gedeelte gaat over overleven, over het zoeken naar vergetelheid, het verdringen van de pijn. We overschreeuwen onszelf in humor, we storten ons in de drukte, in het gefeest om maar niet te hoeven voelen. ‘I am afraid that I will weep from all the pain I feel if I don’t dance’ zingt de solist. En daar onder een heel zacht liedje, eigenlijk een smeekgebed: geef me wat ruimte, wat rust. In mijn woorden nu: laat me zijn zoals ik ben, en geef me een kans in het leven. Dit is opnieuw het pleidooi van ieder kind aan zijn of haar ouders – en de vraag van iedere volwassene in de wereld die in moeilijkheden komt. Ik verbaas me altijd het meeste over al die vrouwen die geslagen en verkracht worden, net als Gabrielle, en die telkens weer ’s morgens opstaan en doorgaan. Doorgaan met werken, met zorgen voor anderen. Minstens één op de drie meisjes en vrouwen in de wereld zijn geslagen, seksueel misbruikt, of verkracht.  Waar halen zij de kracht vandaan om door te leven? Zeg ik ‘zij’ ? Maar ik bedoel ‘wij’. En niet alleen vrouwen, ook mannen. Hoe leggen wij de weg af van slachtoffer naar overlever? Hoe weten wij te leren van onze lijdensweg, hoe kunnen wij de weg terug vinden naar een wereld van vriendschappen, naar momenten van vreugde, van perspectief?Er is in Azië een fantastische beweging begonnen: ‘WE CAN end all violence against women’ . Mensen doen mee door te beloven dat zij alle vormen van geweld in hun eigen omgeving zullen uitbannen. En dat zij tien anderen zullen overhalen om hetzelfde te doen. Veertig procent van de mensen die meedoen zijn mannen! WE CAN verspreid zich nu als een lopend vuurtje door Pakistan, Afghanistan, Bangladesh, India, Sri Lanka – en spring al over naar Afrika, Latijns Amerika. En naar Nederland in het kader van ‘omgekeerde ontwikkelingssamenwerking’ – wij kunnen veel leren van de energie en sociale bewegingen elders.Mijn persoonlijke grote wens is dat in een paar jaar ‘WE CAN end all violence against women’ zal worden uitgebouwd tot ‘WE CAN build inclusive democracies’. Een leefgemeenschap waarin iedereen zich gewaardeerd voelt om mee te doen. 

5. HOPE 
Het laatste deel van het Poverty Requiem begint met een ode aan de vrouwen die zo hard werken in de wereld – om hun kinderen een kans te geven. Zij zorgen, en werken maar door, in al die kleine microkrediet projecten, zij ploeteren in hun groentetuintjes, op land wat haast nooit van henzelf is, en wat zo weer afgepakt kan worden. Door overheden of ‘herenboeren’ die het wensen te gebruiken voor grootschalige zo genaamde efficiënte landbouw (niet efficiënter voor het milieu, zelfs niet als het gaat om bio-fuel...). De vrouwen kunnen met al hun werk, het stukwerk, en al de kinderarbeid nog niet opboksen tegen de globalisering die oneerlijke wereldhandel toestaat. Zoals het dumpen van gesubsidieerde landbouw producten tegen te lage prijzen in ontwikkelingslanden. Wij, het rijke westen dumpen katoen, suiker, rijst, mais,  of in ons Nederlandse geval melkpoeder, kippenvleugels ....en de lokale boeren en boerinnen kunnen daar niet tegen op concurreren. Een aantal jaren geleden bleek in India dat tienduizenden katoen boeren en vooral boerinnen zelfmoord pleegden omdat  zij  hun microkrediet lening niet konden terug betalen. Dit omdat Amerikaanse mega boeren katoen veel goedkoper op de wereldmarkt brachten - voor de helft gesubsidieerd door eigen belastingsgeld, wat ook in Amerika beter besteedt had kunnen worden aan meer onderwijs en gezondheidszorg. In het Poverty Requiem versnelt het tempo als symbool van de versnelling van de wereld economie. De solo’s zingen vertwijfelt: ‘Waarom’. Waarom wordt alles wat zij kopen duurder, terwijl hun producten steeds minder opbrengen. De kinderarbeid neemt weer toe...En dat is het moment dat het laatste deel van het requiem begint: Dit moeten wij veranderen. Wij kunnen dit veranderen. We kunnen eerlijk delen. Straks zult u allen de versnelling, de vertwijfeling en dan de hoop en wens tot verandering horen uit de vele honderden kelen van koorleden die hier in Heerenveen, in Friesland de grootste Poverty Requiem ter wereld neerzetten (voor zover ik nu weet).Ik hoop dat we na het eerste applaus allemaal staande het laatste deel een stukje mogen meezingen. Daarmee worden wij deel van de mondiale ‘Stand up and speak out’ actie van wat in Nederland ÉÉN heet, en mondiaal de GCAP beweging: Global Call for Action Against Poverty. Mijn dank aan iedereen die hier zo hard aan mee heeft gewerkt is enorm – het is een echte Tumba avond, in het leggen van verbindingen dichtbij en ver weg. Weet dat jullie deel uitmaken van een estafette van wel 45 uitvoeringen van het Poverty Requiem en de Global Song op deze dag, en van miljoenen ‘Stand up and Speak out’ burgers in de hele wereld – en ik kan jullie niet vertellen hoe fantastisch ik dat vind.Met jullie hoop ik dat wij, dus miljoenen mensen in de wereld, vandaag naar onze leiders roepen: ‘Don’t halve poverty: eradicate it!!!’Niet halveren die armoede....weg ermee.
Fryslân doet in ieder geval mee:….
Mijn dank…