Discriminatie wegens handicap en chronische ziekte


Sinds december 2003 geldt de Wet Gelijke Behandeling op grond van handicap of chronische ziekte, waarmee deze vorm van discriminatie op een aantal terreinen verboden is. Onderscheid is niet toegestaan op de arbeidsmarkt en binnen het beroepsonderwijs. Onder onderscheid wordt ook verstaan "het nalaten van het treffen van een doeltreffende aanpassing". Bepalingen in de wet over toegankelijkheid tot het openbaar vervoer en tot gebouwen zullen later in werking treden.

Commissie Gelijke Behandeling
Op basis van de Wet Gelijke Behandeling op grond van handicap of chronische ziekte, kunnen betrokkenen een beroep doen op de Commissie Gelijke Behandeling. In een van de eerste zaken voor de commissie werd strijdigheid met de wet geconstateerd. Een werkgever hielp een werknemer niet voldoende bij reïntegratie na ziekte door het nalaten van "doeltreffende aanpassingen", in dit geval een groot beeldscherm en tekstvergrotende software.

Arbeidsmarkt
Het is voor mensen met een functionele beperking moeilijk om aan het werk te komen. Dat bleek uit een onderzoek van de commissie "het Werkend Perspectief" dat eind 2003 is uitgevoerd onder 1300 leidinggevenden, werknemers en werkende en werkzoekende arbeidsgehandicapten. Tweederde van de leidinggevenden zei dat een arbeidsgehandicapte minder kans heeft om aangenomen te worden. Bij het afwijzen van een sollicitant met een functiebeperking speelt met name verkeerde beeldvorming een rol.

Onderwijs/opleiding
60 % van de gehandicapte leerlingen maakt het middelbaar beroepsonderwijs niet af door gebrek aan begeleiding en budget. Hierdoor wordt de kans op een redelijke baan drastisch beperkt. Het vinden van een geschikte stageplaats met de nodige aanpassingen en begeleiding is vaak moeilijk.
Toegang tot openbaar vervoer
De bepalingen in de wet met betrekking tot het aanbieden en de toegang tot het openbaar vervoer treden in een later stadium in werking. Bussen, trams en treinen moeten worden aangepast en stations verbouwd. Er wordt door de overheid van uitgegaan dat bussen in 2010 en treinen in 2030 zijn aangepast.
De wet verstaat onder het openbaar vervoer "een bus, trein, metro of tram dan wel een via een geleid systeem voortbewogen voertuig (trolleybus) die volgens een dienstregeling rijdt". Het luchtvaartverkeer, besloten bussen, boten en taxi's vallen hier niet onder.

Het gaat niet alleen om de toegang tot het openbaar vervoer, maar ook om het kopen van een kaartje en het gebruik van reisinformatie. Hierbij staat niet zozeer het individu centraal (zoals bij arbeid en beroepsonderwijs), maar gaat het meer om algemene toegankelijkheidseisen die vooraf geregeld zijn. Er komt een Algemene Maatregel van Bestuur waarin die eisen zijn vastgelegd.

Uitzonderingen
• Binnen de geregelde terreinen, mag alleen onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte worden gemaakt indien het een geval betreft waarin onderscheid noodzakelijk is ter bescherming van de veiligheid en de gezondheid.
• Onderscheid is ook toegestaan wanneer het een regeling betreft die tot doel heeft specifieke voorzieningen en faciliteiten te creëren of in stand te houden ten behoeve van personen met een handicap of chronische ziekte of die bedoeld is om gehandicapten en chronisch zieken in een bevoorrechte positie te plaatsen om feitelijke achterstanden te verminderen.
• De wet is niet van toepassing op het aanbieden van goederen en diensten. Over bijvoorbeeld de toegang tot een bioscoop of theater kan daarom geen verzoek om een oordeel bij de Commissie worden ingediend.

Strafrecht
Het discrimineren van mensen wegens hun handicap is sinds kort strafbaar gesteld. Dat is het gevolg van een wetswijziging per 1 januari 2006. Ook chronisch zieken vallen onder de reikwijdte van de wet, voor zover die chronische ziekte tevens een handicap is. In Nederland leven meer dan 2,5 miljoen mensen met een handicap of chronische aandoening.
Tegen een discotheek waar mensen met een verstandelijke handicap geweigerd werden "omdat ze slecht zijn voor de omzet" was voorheen niet veel te doen. De nieuwe wettelijke strafbepaling brengt daarin verandering. Het is wettelijk verboden mensen met een handicap te discrimineren. Ook beledigen en het aanzetten tot haat of geweld wegens een handicap, kan leiden tot vervolging.
Bedrijven of diensten die - zonder dat daarvoor een goede reden bestaat - niet toegankelijk zijn voor mensen met een handicap kunnen ook strafbaar zijn. Wie de deur van zijn bedrijfspand met opzet te smal maakt voor toegang met een rolstoel, moet onder bepaalde omstandigheden een aanpassing maken. In welke gevallen dat verplicht is, is aan de rechter. Een bedrijf op de derde etage in een oud pand verkeert in een andere positie dan een bedrijf in een nieuwbouwcomplex. Het treffen van een voorziening moet 'in redelijkheid' verwacht kunnen worden en mag niet 'onevenredig belastend' zijn. Vaak is een kleine aanpassing al voldoende. Veel ondernemers zijn niet onwelwillend en zien in dat gehandicapten op vele fronten een uitstekende bijdrage kunnen leveren. De praktijk leert dat in overleg met elkaar vaak veel bereikt wordt