Pleidooi voor een sociaal Fryslan
Indrukwekkend noemden verschillende statenleden de bijdrage van Tûmba op woensdag 10 maart voorafgaand aan de commissievergadering waar gesproken werd over de kerntaken van de provincie. Bestuurslid Naima Zoundri hield een pleidooi voor een sociaal Fryslân. Hieronder haar speech.
Goedemiddag allemaal,
Ik ben Naima Zoundri. Ik sta hier als bestuurslid van Tûmba, maar ik wil ook graag iets zeggen over de andere maatschappelijke organisaties, omdat wij ons daarmee verbonden voelen.
Ik maak zorgen. Er staat veel op het spel. Ik zie de tomeloze inzet van personeel en vrijwilligers, maar ook de onrust vanwege de onzekerheid.
Het zou goed zijn als de provincie nog eens duidelijk maakte dat zij die inzet waardeert, want in de scenario’s die er tot nu toe liggen, lijken we weggeschreven. Door alle woorden en alle schema’s zie ik de mensen niet meer. Tenminste niet de mensen waar wij ons mee verbonden voelen.
Terwijl ook die mensen Fryslân maken tot een provincie om trots op te zijn! Ik ben dat wel tenminste, en ik ben Fries. Ook Marokkaans trouwens, en Berbers, en Harlinger en Nederlander. Ik begrijp heel goed dat Maxima dé Nederlandse identiteit maar niet kon vinden.
Onderdeel van de Nederlandse identiteit lijkt mij: de bureaucratie. Ik verbaas me over Nederland Formulierenland. Maar ik zie ook dat de provincie organisaties subsidieert die uitkeringsgerechtigden, buitenlandse mensen en ouderen helpen om uit de wirwar van papieren te komen. Ik zie dat dat met onnoemelijk veel vrijwilligers gebeurt.
Ik weet hoe in Marokko oudere mensen in familie kring op een troon worden gezet. Maar dan moet je wel familie hébben, anders sta je alleen. Daarom bewonder ik de ouderenzorg in Fryslân – en waar dingen mis gaan zijn er bonden om voor de belangen op te komen.
Toch zitten hier ook mensen op een troon. Artsen bijvoorbeeld. Maar wie onheus bejegent is, kan een klacht indienen en rekenen op vakkundige hulp. Kracht en macht voor de kwetsbaren, stond gister in de Leeuwarder Courant.
Ik ben geboren in een land waar mensen met een handicap vaak worden verstopt, waar homo’s en lesbiënnes niet mogen bestaan, en waar je als analfabeet niet meetelt. Natuurlijk worden ook in Fryslân mensen buitengesloten of niet gehoord en gezien. Omdat ze arm zijn, of doof of slechthorend, of een verstandelijke beperking hebben, of nog niet de juiste papieren om in Nederland te mogen blijven. Maar steeds weer staan er mensen klaar met begrip, warmte en een concrete aanpak. Kerkelijk of niet, ze geloven allemaal: in een solidaire maatschappij.
Ik ben maatschappelijk werkster. Ik weet van het taboe op homoseksualiteit in Marokkaanse kringen. Maar ik weet ook dat er Friese organisaties zijn die graag in gesprek gaan met Marokkaanse macho’s.
Dankzij een blond Kamerlid is de hoofddoek op de kaart gezet en helemaal hot geworden. Ik doe er maar wat stoer over, maar ’t is beledigend en kwetsend natuurlijk. Maar ik weet dat er organisaties zijn die blijven pleiten voor een kleurrijke, respectvolle samenleving.
Al die mensen, al die organisaties maken Fryslân tot een land om trots op te zijn.
Als je je systematisch buitengesloten voelt, gekwetst, of niet gehoord, dan is het ongelooflijk belangrijk dat er iemand naast je staat. Anders is de stap naar verbittering maar klein.
De waarde van zo’n contact is niet in geld uit te drukken, maar ik zou zeggen: het is goud waard. Die contacten worden in Fryslân bij duizenden gelegd. En maatschappelijke organisaties verlenen daarbij professionele steun.
Ik heb de directeur van Tûmba gevraagd om eens uit te zoeken: wat kost dat de provincie nou, die steun aan die organisaties? Beste mensen, het gaat om minder dan een miljoen, één vijfhonderdste deel van de totale provinciale begroting.
Ik wil u, de statenleden, vragen, zuinig te zijn met de inzet van al deze mensen. Ze niet van het kastje naar de muur te sturen. Ze spelen een te belangrijke rol in een scenario voor een sociaal Fryslân.
Dank u wel.
Deel dit bericht via:











