Homofobia

Leeuwarder Courant 12-10-2010, door Harry Prins en Arnold Helmantel

Campagne nodig tegen homodiscriminatie

“Een paar jaar terug heb ik wel eens op het station gestaan en gedacht: nu maak ik er een einde aan,” zegt de zestienjarige Marie. Zij kwam uit voor haar biseksualiteit en werd daarom op haar toenmalige school gepest. “Ik werd achternagezeten, in elkaar geslagen en mocht de kleedkamer niet meer in.”

Marie is een van de scholieren die aan het woord komt in de campagne 'Een blozende provincie', een initiatief van Primo Noord-Holland, centrum voor maatschappelijke ontwikkeling. Vandaag is het nationale Coming Out Dag, waarmee het COC aandacht vraagt voor geweld tegen lesbiennes, homo’s, bi’s en transgenders (LHBT’s).

Onderzoek van Primo laat zien dat de campagne meer dan nodig is. Het gevoel van onveiligheid onder homoseksuele leerlingen stijgt in Noord-Holland: van zes procent in 2001 naar 36 procent in 2008. Gevreesd moet worden dat dat elders in het land niet anders zal zijn.

Gegevens van onderzoeksbureau Vraaghetdevries.nl in opdracht van het Meldpunt Discriminatie Tûmba laten zien dat het percentage Friezen dat slachtoffer is geweest van discriminatie op grond van (homo-)seksualiteit van 3 procent in 2008 naar 10 procent in 2009.

In de Verenigde Staten beheerst de zelfmoord van Tyler Clementi het nieuws. De achttienjarige Clementi uit New Jersey sprong op 22 september van een brug nadat twee medestudenten een filmpje waarin Tyler een andere man kust, op het internet plaatsten. Clementi is niet de enige Amerikaanse jongere die als gevolg van pesterijen vanwege seksuele geaardheid de afgelopen maand zelfmoord pleegde. Op 9 september doodde Billy Lucas, 15 jaar, zichzelf; op 19 september hing Seth Walsh, 13 jaar, zichzelf op; op 23 september schoot Asher Brown, 13 jaar, zichzelf dood; op 29 september hing Raymond Chase, 19 jaar, zich op.

Hoewel de openlijke homofobia van bepaalde fundamentalistische christelijke groeperingen in de Verenigde Staten de samenleving vergiftigt, zijn het vooral de dagelijkse pesterijen en beledigingen van homoseksuelen die uiteindelijk dodelijk zijn. Kerkgenootschappen die bij begrafenissen verschijnen met teksten als ‘God haat flikkers’ kunnen nog worden weggezet als extremistische idioten. Maar de preken en verhandelingen waarin homoseksualiteit als ‘tegennatuurlijk’ en ‘onbijbels’ wordt verkondigd, maken een klimaat mogelijk waarin het pesten en mishandelen van homoseksuelen de norm wordt.

De Amerikaanse predikant Cody Sanders schrijft op de website Religion Dispatches: “Sommigen zoeken een uitvlucht voor de voortdurende lichamelijke en psychische pijn. Maar deze jongeren zochten niet een uitvlucht voor hun pijn. De pijn die zij ervaarden had een externe oorzaak: de wrede, constante vernederingen, beschimpingen en geweld. De zelfmoord van LGBT’s [Lesbian, Gay, Bisexual, Transgender] is een extreme daad van verzet tegen een onderdrukkende en onrechtvaardige wereld waarin iedere homoseksueel altijd en overal het gevaar loopt doelwit te worden van geweld enkel en alleen vanwege hun seksuele oriëntatie of genderidentiteit.”

De dagelijkse realiteit van homoseksuelen is echter niet alleen het verbale en fysieke geweld. Ook het taboe en het onbespreekbaar zijn van homoseksualiteit leidt tot wanhoop, depressie en (zelf-)moord.

Een van de middelen die het Meldpunt Discriminatie Tûmba inzet om homoseksualiteit onder jongeren bespreekbaar te maken is ‘Wie van de 3’, gebaseerd op het bekende tv-spel. Drie mannen of vrouwen presenteren zich in de klas als homoseksueel en aan leerlingen de taak om uit te vinden wie van de drie homoseksueel is. Eerst is de sfeer in de klas vaak lacherig, maar al snel is juist het spel het middel waarmee leerlingen de stap durven zetten om serieus over het onderwerp te praten. “Veel leerlingen willen het wel bespreken, maar durven het niet,” vertelde een docent. “’Wie van de 3’ leert de kinderen na te denken over homoseksualiteit en de vooroordelen erover.” Binnenkort gaat het spel ook naar verzorgingshuizen. Daar worden oudere homoseksuelen soms dubbel geconfronteerd met hun geaardheid. Ze zijn van een generatie waarin homoseksualiteit onbespreekbaar was en ‘uit de kast komen’ niet of nauwelijks kon. Eenmaal in het verzorgingshuis moeten ze opnieuw in de kast omdat hun homoseksualiteit onbespreekbaar is.
Hoe belangrijk het doorbreken van het taboe is, maakt Eline in de campagne 'Een blozende provincie' duidelijk: “Lesbisch zijn is zo’n belangrijk deel van mezelf, dat je het idee krijgt dat mensen je niet écht kennen als je niet uit de kast bent”.