Femicide is mondiaal probleem
5 januari 2008 Leeuwarder Courant
door Harry Prins
De eerste winnaar van Mensenrechtentulp is Justine Masika Bihamba uit Congo. Haar organisatie, Samenwerking van Vrouwen voor de Slachtoffers van Seksueel Geweld, staat Congoleze vrouwen bij in de verwerking van verkrachting, ze geeft voorlichting over het onderwerp en oefent druk uit voor de berechting van de daders. Een van de waakhonden van de mensenrechten, Human Rights Watch, zegt dat Oost-Congo de ergste plaats ter wereld is om een vrouw te zijn. Eind oktober van dit jaar laaide het geweld in die regio weer op. Rebellen van het CNDP vechten met regeringstroepen. Inzet: de controle over de belangrijke grondstoffen in het gebied. Soldaten van beide legers maken zich schuldig aan geweld tegen burgers. Meer dan een kwart miljoen mensen is de afgelopen twee maanden op de vlucht geslagen. Volgens Amnesty International bedraagt het totaal aantal ontheemden in de Congoleze provincie minstens 1,2 miljoen.
Naast allerlei schiettuig en landmijnen is een van de wapens van de soldaten verkrachting. Seksueel geweld tegen vrouwen in oorlogen is van alle tijden. In Congo lijkt het verkrachtingswapen wel een dieptepunt te hebben bereikt. Al sinds het begin van deze eeuw komen er berichten uit de regio over de gruwelijke verkrachtingen die plaatsvinden. "Ik heb het het gevoel dat als je in dit land als vrouw geboren wordt, je op hetzelfde moment ter dood wordt veroordeeld," zegt een gynaecoloog. Deze zogeheten ‘oorlog binnen de oorlog' heeft vreselijke gevolgen. "Vele vrouwen en meisjes kampen met verwondingen, interne bloedingen, incontinentie," vertelt een mensenrechtenactivist. Daarnaast worden ook nog eens veel vrouwen besmet met het HIV-virus. Zelfs de soldaten die de burgerbevolking moesten beschermen deden mee aan de verkrachtingen. VN-soldaten die de orde moesten handhaven in Congo werden in 2005 schuldig bevonden aan seksueel geweld tegen burgers.
In 2002 publiceerde Human Rights Watch al een schokkend rapport over het seksueel geweld in Congo. Zes jaar verder is er in het Afrikaanse land nog niets veranderd. Sinds 1998, toen het conflict in de grensstreek met Rwanda en Burundi losbarstte, zijn er 5 miljoen doden te betreuren. De afgelopen vijf jaar lieten 18.000 vrouwen zich in het ziekenhuis van de hoofdstad van de regio behandelen nadat ze verkracht waren. Een topje van de ijsberg, vermoeden hulpverleners.
Zestig jaar Universele Verklaring geeft hoop, maar tegelijk in de donkere decemberdagen ook het besef dat er nog veel ten goede moet veranderen. Want Oost-Congo kan nu wel voor een vrouw de ergste plek op aarde zijn, met pijnlijk gemak kunnen meer gebieden genoemd worden. Het Mexicaanse Ciudad Juárez bijvoorbeeld. Daar zijn de afgelopen tien jaar bijna 400 vrouwen ontvoerd, verkracht en vermoord en nog eens 400 worden vermist. De meeste slachtoffers zijn volgens Amnesty "jonge vrouwen uit arme milieus, die worden ontvoerd, gevangengehouden en met veel geweld misbruikt, voordat ze worden vermoord en achtergelaten op braakliggende terreinen". Veel van hen werkten in de assemblagefabrieken van multinationals die profiteren van lage lonen en belastingvoordelen in de grensstreek van Mexico en de Verenigde Staten. Vrouwenrechten-activiste Marcela Lagarde heeft voor de gebeurtenissen in Juarez het woord 'femicide' bedacht.
Of de Franse getto's, waarover Samira Bellil het schokkend boek ‘Ontsnapt uit de hel' schreef. "In de banlieue heerst het recht van de sterkste en de wet van de stilte," zegt Bellil. In de hel waaruit ze ontsnapte "zijn meisjes niet meer dan een ding". Meisjes die het slachtoffer van groepsverkrachtingen zijn vertellen dit niet. Uit angst. Niemand trouwt dan namelijk met hen en hun familie verstoot hen.
Opmerkelijk genoeg is dat in Nederland niet veel anders. Uit onderzoek van Justitie blijkt dat veel slachtoffers van verkrachting en aanranding maar zelden aangifte bij politie doen. Dan blijkt dat in een rechtsstaat als Nederland seksueel geweld ook vaak onbestraft blijft.
Geweld tegen vrouwen is één, maar het zwijgen erover en de ontkenning ervan is even schokkend. Voor miljoenen vrouwen overal ter wereld zijn mensenrechten een droom, een bloem die bloeit in de tuin van de buren. De uitreiking van de eerste Mensenrechtentulp geeft aan dat vrouwenrechten ook mensenrechten zijn: universeel en onvervreemdbaar.
Harry Prins
Medewerker Tûmba, centrum voor wereldburgerschap en gelijke behandeling










