Bureaucratie zit wederopbouw Afghanistan dwars
Bureaucratie zit wederopbouw Afghanistan dwars
Wybe Fraanje
Leeuwarden - Hoewel de Nederlandse missie in Afghanistan de hulp aan de lokale bevolking en de wederopbouw van het land hoog in het vaandel heeft staan, is werkelijke, duurzame wederopbouw lastig te realiseren. Vooral als de missie in 2010 afloopt en de militairen terug naar huis gaan, is het de vraag wat er overblijft van de inspanningen van de Provinciale Reconstructie Teams (PRT's).
Dit bleek tijdens de openbare interviewserie over ‘menselijke maat van de missie in Afghanistan', die gisteravond in het Natuurmuseum in Leeuwarden plaatshad, en georganiseerd was door het centrum voor wereldburgerschap Tûmba en de vliegbasis Leeuwarden.
De Friese ondernemer Wim de Haan probeert Afghaanse producten als granaatappelen naar Nederland te importeren, zodat daar enkele dorpsgemeenschappen op eigen benen leren staan. ,,Er is een ingewikkeld certificeringssysteem voor producten van buiten de Europese Unie", zei hij tegen gespreksleider Frenk van der Linden. ,,Die moeten aan allerlei eisen, bijvoorbeeld van hygiëne, voldoen. Het verkrijgen van zo'n certificering kost jaren. Tijd die we in Afghanistan eigenlijk niet hebben."
Ook Jamila Osman, afkomstig uit Afghanistan en huisarts te Menaldum, houdt haar hart vast. ,,Ik vraag me af wat er met de Afghaanse bevolking gebeurt als de missie beëindigd wordt. Mijn noodkreet is: help die mensen. Zij hebben niet voor deze oorlog gekozen, maar zijn er wel het slachtoffer van." Osman heeft een stichting die zich inzet voor vrouwen en kinderen in haar geboorteland.
Diverse betrokkenen bij de missie kwamen aan het woord, en werden op hun persoonlijke emoties bevraagd. Overste Michel Hubregtsen, commandant van een PRT, werd emotioneel als hij kinderen zag die dolblij waren als ze een speeltje kregen. ,,Wie smelt er dan niet?" Als commandant zat hij vaak in de rats over zijn manschappen, die op patrouille gingen. ,,Voortdurend die vrees: komen ze wel terug? Nadat mijn laatste patrouille veilig in het kamp was, gleed er een last van mijn schouders. Plotseling was ik heel moe. Ik heb toen drie dagen geslapen."
AbstracterLegerpredikante Aline Barnhoorn had en heeft het moeilijk met de militairen die sneuvelden. Afghaanse burgers die stierven, en taliban-strijders, deden haar minder. ,,Dat is abstracter. Het hemd is immers nader dan de rok. Zo zit de mens nu eenmaal in elkaar. Maar ik beschouwde het als mijn taak om de taliban niet helemaal te ontmenselijken. Het klinkt vroom, maar ik bad wel voor hun zielen. Ik ben niet de Schepper van deze mensen."
Onbedoeld werd nog geïllustreerd hoe verschillend mensen tegen de oorlog kunnen aankijken. Chirurg Rob Leemans toonde een fotocompilatie van wat hij zoal had meegemaakt in het veldhospitaal in Kandahar, onder muziek van James Blunt. ,,Onsmakelijk zoetzappig", vond iemand in de zaal. ,,Ik kom hier om geïnformeerd te worden."
Leemans: ,,Deze muziek verwoordt mijn emoties. Ik vind het nog steeds moeilijk om deze beelden te zien."










